Eind juni is het voorstel voor de nieuwe Aanbestedingswet door demissionair minister Van der Hoeven van Economische Zaken aan de Tweede Kamer verzonden. Het wetsvoorstel ligt momenteel bij de Tweede Kamer voor bespreking en de vaste Kamercommissie heeft reeds een veelheid aan vragen gesteld.
De historie
Inmiddels is de regering meer dan vier jaar geleden begonnen met het opstellen van een nieuwe Aanbestedingswet. Het eerste voorstel is in september 2006 unaniem door de Tweede Kamer aangenomen en vervolgens in juli 2008 door de Eerste Kamer verworpen. Het belangrijkste kritiekpunt betrof het feit dat de wet eigenlijk inhoudelijk niets regelt. Alle regelgeving zou komen te staan in twee algemene maatregelen van bestuur (AMvB) en een dertiental procedures.
Het ministerie van Economische Zaken heeft zich vervolgens opnieuw over het wetsvoorstel gebogen. Eind 2009 heeft het kabinet vervolgens het tweede voorstel van de Aanbestedingswet goedgekeurd en naar de Raad van State gezonden voor advies. Het advies van de Raad van State was niet onverdeeld positief, samenvattend concludeerde zij het volgende:
- In de toelichting bij het wetsvoorstel ontbreekt een degelijke analyse van de oorzaken van de slechte naleving van de bestaande aanbestedingsregels waardoor niet beoordeeld kan worden of de juiste instrumenten worden toegepast om de naleving te verbeteren.
- Indien blijkt dat de slechte naleving van de aanbestedingsregels het gevolg is van een gebrek aan duidelijkheid lost dit wetsvoorstel dat probleem niet op.
- Een gedegen analyse die aantoont dat het noodzakelijk is aanbestedingen met een pure nationale dimensie te regelen ontbreekt.
- Een uiteenzetting waaruit blijkt dat de regels voor aanbestedingen met een nationale dimensie een daadwerkelijk gelijk speelveld op basis van open concurrentie voor de verschillende marktpartijen realiseert ontbreekt eveneens.
Op 25 juni 2010 is het voorstel voor de nieuwe Aanbestedingswet aan de Tweede Kamer verzonden. De vaste Tweede Kamercommissie voor Economische Zaken heeft in oktober haar verslag over het wetsvoorstel vastgesteld. In het verslag is een veelheid aan vragen gesteld. Alle fracties onderschrijven het belang van het streven van het wetsvoorstel naar uniforme en duidelijke regels, maar het merendeel is niet overtuigd dat het doel wordt bereikt, ‘deze leden zijn nog niet overtuigd dat deze nieuwe wetgeving in haar huidige vorm daarvoor voldoende instrumenten verschaft’1).
Het wetsvoorstel
Het huidige wetsvoorstel heeft betrekking op overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten, onder en boven de Europese drempelbedragen, van alle aanbestedende diensten. De regels van het Bao, Bass en de Wira worden ondergebracht in de Aanbestedingswet. Gevolg: een voorstel van 302 artikelen en een memorie van toelichting (MvT) van 168 pagina’s. Dit leidt helaas niet tot meer transparantie en duidelijkheid van de wetgeving. In tegenstelling tot het eerste voorstel zal het ARW 2005 blijven bestaan. Tevens zijn er Richtsnoeren voor leveringen en diensten aangekondigd voor zowel onder als boven de drempel2). De MvT verklaard hieromtrent dat de Richtsnoeren uniformering en verbeterde naleving tot doel hebben. Het bereiken van deze uniformering is een verantwoordelijkheid van de aanbestedende dienst. Aanbestedende diensten zijn dus niet verplicht deze reglementen toe te passen. Het wetsvoorstel stelt dat de wet na vier jaar wordt geëvalueerd, indien de wet dan niet tot voldoende uniformering heeft geleidt kunnen bij AMvB procedurele regels worden gesteld om een meer uniforme wijze van aanbesteden te bevorderen3). De AMvB kan inhouden dat de Richtsnoeren of delen daarvan nageleefd dienen te worden en kan ook beperkt worden tot een bepaalde groep van aanbestedende diensten.
‘Noviteiten’
Wat gaat deze nieuwe Aanbestedingswet wel regelen? Het voorstel is gebaseerd op de Europese beginselen van gelijkheid, transparantie, non-discriminatie en proportionaliteit. Het voorstel introduceert onder andere proportionaliteit als algemeen beginsel voor Europese, nationale en meervoudig onderhandse procedures voor alle fasen van het aanbesteden, ‘de keuze voor een bepaalde procedure, inhoud van geschiktheidseisen, het aantal geschiktheidseisen, termijnen, uitsluitingsgronden en de vergoeding van extra inspanningen tijdens de offertefase4)’. Het beginsel wordt in de Aanbestedingswet verder niet gespecificeerd en zal in een Handreiking Proportionaliteit verder worden uitgewerkt. Tevens breidt het voorstel de uitsluitingsgronden uit door het toevoegen van de mogelijkheid ondernemers uit te sluiten die door de NMa (Nationale Mededingingsautoriteit) een onherroepelijk geworden beschikking zijn opgelegd met een boete van meer dan € 0. De geldigheidsduur van de VOG-rp (Verklaring omtrent Gedrag rechtspersonen) wordt uitgebreid van zes maanden naar één jaar om zo de administratieve lasten van het bedrijfsleven te minimaliseren. De verantwoordelijkheid voor het toepassen van de Aanbestedingswet, de beginselen en de wijze van toepassen ligt geheel bij de aanbestedende dienst. Consequentie: verschillen tussen aanbestedende diensten in de uitvoering van aanbestedingen en onduidelijkheid en potentieel lastenverhoging bij ondernemers.
Derde voorstel?
Concluderend, de nieuwe Aanbestedingswet is een raamwet, veel onderdelen zullen worden uitgewerkt in flankerend beleid (handreikingen, richtsnoeren, et cetera). Het huidige voorstel biedt geen oplossingen voor de huidige praktische problemen. Leidt dit voorstel wel tot de gewenste uniformering en professionalisering van het aanbestedingsvakgebied? Het is nog de vraag of dit wetsvoorstel wel succesvol door de Kamers wordt geloodst.
_____________________
- TK 32 440 nr. 7, pagina 3.
- Één Richtsnoer voor onder de drempel, één Richtsnoer voor boven de drempel.
- Artikel 4.27.
- Memorie van toelichting, 4.1.4 Proportionaliteitsbeginsel.





























































