Bevolkingskrimp bepaalt mede het onderwijsaanbod van morgen en overmorgen

E-mailadres Afdrukken

Uit onderzoek van het Kenniscentrum voor Bevolkingsdaling en Beleid blijkt dat de Nederlandse bevolking nog enkele decennia groeit, maar in Zuid-Limburg, Oost-Groningen en Zeeuws- Vlaanderen en ook de Achterhoek daalt de totale bevolking nu al. De terugloop van het aantal jonge kinderen in de kinderopvang en het basisonderwijs zorgen voor problemen in de onderwijshuisvesting. In het beroepsonderwijs en het voortgezet onderwijs zal de daling inzetten vanaf 2015. Universiteiten en HBO’s krijgen eerst nog te maken met een lichte stijging van het aantal studenten en gaan vanaf 2021 te maken krijgen met een afname. Hoewel bij een groot aantal regio’s bevolkingsdaling nog niet aan de orde is, is het nú tijd om hierop te anticiperen!

Veel beleid en regelgeving gaan uit van een groeisituatie. Bij krimp kunnen die groeiregels contra-productief werken. Voorbeelden daarvan zijn de financiering op basis van leerlingenaantallen en de instelling van een fusietoets. De fusietoets probeert fusies van onderwijsorganisaties te bemoeilijken, terwijl in krimpregio’s fusie juist het antwoord kan zijn op het overeind houden van een kwalitatief goed onderwijsaanbod. Met name op het platteland en in kleine kernen kunnen scholen met opheffing worden bedreigd. De gevolgen daarvan moeten op hun eigen merites kunnen worden beschouwd: de school als ontmoetingsplaats versus onderwijskwaliteit. De opheffingsnorm moet hierin flexibel kunnen zijn.

Voor bestuurders en managers is krimp iets waar ze moeilijk mee om kunnen gaan. De woorden ‘krimp’ en ‘daling’ worden vaak geassocieerd met iets negatiefs. Een standaardreactie van bestuurders is dat ze de andere kant opkijken of dat er wordt geïnvesteerd in nieuwe scholen. Investeren in een schoolgebouw in tijden van krimp is niet alleen zonde van het geld, want het aantal leerlingen wordt nu eenmaal niet groter, maar óf je krijgt leegstand óf je trekt leerlingen weg uit buurgemeenten en maakt daar het probleem groter.

Samenwerken in plaats van concurreren

In tijden van groei gaat de kwaliteit van de samenleving hand in hand met kwantiteit. Bij krimp werkt dit niet. Dan is het de kunst om met minder kwantiteit meer kwaliteit te maken. Vormen van concurrentie die een bedreiging zijn voor de diversiteit van het onderwijsaanbod zijn dan ook uit den boze. Regionale samenwerking tussen onderwijsorganisaties is volgens Peter Hovens onontkoombaar. Enerzijds om die concurrentie te voorkomen en anderzijds om de onderwijsinfrastructuur overeind te houden. Daarnaast is samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven nodig om een arbeidsmarkt te creëren waar vraag en aanbod goed op elkaar aansluiten. De kwalitatieve behoefte aan de vraagkant moet een belangrijke scope worden voor het onderwijs, met aandacht voor het leveren van afstandsonderwijs en bijdragen aan het concept ‘een leven lang leren’. Onze economie vraagt om meer kennis en innovatie. Voor de sector onderwijs ligt hier een belangrijke opdracht.

De huidige regelgeving is gebaseerd op groei en onderlinge competitie tussen scholen. Die regels moeten worden aangepast om juist samenwerking te stimuleren. Dan genereert bevolkingskrimp juist tal van mogelijkheden om de kwaliteit van het onderwijsaanbod te verbeteren.

Een oplossing zal er zeker niet komen als de Haagse politiek de regels over fusies, onderwijsfinanciering en huisvestingsbeleid niet aanpast. Henk van der Esch, bestuurder van Orchidee Scholengroep en het schoolbestuur van COVOA en de Orchidee Scholengroep hebben tegen de achtergrond van cijfers van het Kenniscentrum Bevolkingsdaling, waaruit blijkt dat in Doetinchem over twintig jaar ongeveer tweeduizend leerlingen minder naar het voortgezet onderwijs gaan, fusiebesprekingen begonnen. Doelstellingen was: zoveel mogelijk vo-locaties open houden omwille van de leefbaarheid in de regio.

Henk van der Esch merkt in gesprekken met sommige collega-bestuurders elders in het land dat het probleem nog niet voldoende leeft. “De collega’s praten vooral over hun nieuwbouwproject, dat mooie grote gebouw. En als je vraagt ‘hoe moet dat dan als je straks twintig procent minder kinderen hebt?’ zeggen ze ‘dat zien we dan wel weer’. Wij kijken daar heel anders naar, want je moet het gebouw wel blijven exploiteren. Als wij nieuwe gebouwen neerzetten mag het best op het moment van openen aan de krappe kant zijn.

Méér besturenfusies

De Achterhoek kent een aantal besturen voor voortgezet onderwijs. Die zouden goed na moeten denken over verregaande vormen van samenwerking of fusie. Nu kan een situatie ontstaan dat twee scholen in dezelfde plaats elkaar doodconcurreren en uiteindelijk allebei ten onder gaan, of dat die scholen heel veel geld steken in pr om leerlingen te bewegen naar hun school te komen terwijl ze allebei een zieltogend bestaan kennen. Met besturenfusies wordt dat voorkomen, denkt Van der Esch. “Als schoolbesturen met verschillende belangen de problematiek onder ogen zien is het verre van vanzelfsprekend dat er een eenduidige oplossing komt. De verschillen in belangen of in visie op onderwijs kunnen dan zo groot zijn dat men niet tot afspraken komt, zoals helaas recent in een van onze gemeenten is gebleken. Bij een besturenfusie naar één verstandig regionaal bestuur kun je zoveel mogelijk vestigingen in stand houden en ervoor zorgen dat scholen zich profileren binnen hun eigen identiteit en onderwijskundig profiel. Op deze manier wordt niet onnodig met geld gesmeten en blijft in elke plaats voortgezet onderwijs behouden.

Doordecentralisatie riskant

Tal van gemeenten en schoolbesturen zijn zich aan het oriënteren op doordecentralisatie. In het kader van de integrale verantwoordelijkheid voor het onderwijs is Henk van der Esch daar een warm voorstander van. Maar in gebieden waar de bevolking daalt moeten schoolbesturen goed nadenken of doordecentralisatie financieel haalbaar is. “Bij een stabiel leerlingenaantal kun je met de gemeente een duurzaam economisch verstandig akkoord sluiten zoals in Breda en Nijmegen. Maar als ik in Doetinchem een contract met de gemeente zou sluiten heb ik over 20 jaar 25 procent minder leerlingen en dus ook 25 procent minder huisvestingsinkomsten. Dan is het verhaal niet meer te exploiteren, tenzij ik het gebouw verkoop. En juist dat staat ook op de tocht. Nu een gebouw kopen – om het even in welke plaats in de Achterhoek – is de vraag stellen ‘kan ik het over 20 jaar nog wel kwijt?’. Ík zou even een pas op de plaats maken.

Met een herschikking van scholen en het onderwijsaanbod in de gemeenten Heerlen, Kerkrade en Landgraaf is de regio Parkstad ook de komende decennia verzekerd van een kwalitatief hoogwaardig en evenwichtig onderwijsaanbod. De herschikking is onvermijdelijk omdat het aantal leerlingen de komende jaren drastisch terugloopt. Als we niets doen is er op termijn alleen nog voortgezet onderwijs in Heerlen, legt John Monsewije, voorzitter van het CvB van de Stichting Voortgezet Onderwijs Parkstad Limburg (SVO|PL) uit. “De bekostiging loopt af, we moeten de onderwijskwaliteit op zijn minst handhaven en efficiënter omgaan met ons geld en dat betekent dat we gebouwen moeten afstoten. De plannen van SVO|PL zijn vastgelegd in het Masterplan VO Parkstad Limburg. Het komt er op neer dat het aanbod aan onderwijs in de verschillende gemeenten wordt geconcentreerd.

Onderwijsprofiel

Een herschikking van scholen alleen is niet voldoende. Om leerlingen te motiveren naar een bepaalde school te gaan is het ook van belang dat scholen herkenbaar zijn aan hun onderwijsprofiel. Elke school moet zijn eigen specifieke kwaliteit hebben en elke school kan een bepaalde richting stimuleren. Het Bernardinuscollege is een technische school, waar 65 procent van de leerlingen kiest voor een natuur & techniek of een natuur/gezondheidsprofiel. ICT is het thema op het Sintermeertencollege en in Landgraaf kenmerkt men zich door taligheid. “We willen persé dat een school zich profileert en kwalitatief heel goed is. Anders krijg je een eenheidsworst en dat staat haaks op onze kwaliteitsgedachte.”

Initiatief

In sectoren als de zorg, woningbouw en het onderwijs is de daling van de bevolking het eerst merkbaar. In Parkstad hebben deze maatschappelijke organisaties gesteld dat zij aan de slag moeten met de krimp. Voor SVO|PL heeft dit geresulteerd in het bovengenoemde Masterplan. De gemeenten in de regio moeten krimp nog een plaats geven binnen het gemeentelijk beleid. De ene gemeente is daar veel verder mee dan de andere. Binnen de regio Parkstad is dus geen sprake van een consistent beleid. Gezien de doelstellingen van onderwijskwaliteit en bedrijfseconomische redenen heeft SVO|PL gekozen om een eigen strategie te bewandelen. “Wij werken regionaal, net als de zorg en de woningcorporaties. De tijd dat we in elke plaats een ziekenhuis of een school hadden is echt voorbij. Wij hebben de moed gehad om dat te zeggen en daarnaar te handelen. En de gemeenten, die dat eigenlijk hadden moeten oppakken en daar maatregelen voor hadden moeten bedenken, worden nu gedwongen mee te denken.”

Doortastend optreden

John Monsewije is van mening dat de onderwijsorganisaties in Parkstad van de nood een deugd hebben gemaakt. Ze functioneren in bedrijfseconomisch opzicht beter en leveren betere kwaliteit onderwijs. Dat is vooral mogelijk door samenwerking. “We zitten allemaal in hetzelfde schuitje. Deelbelangen vallen ineens weg, want iedereen heeft te maken met dalende leerlingenaantallen. Dus je komt naar elkaar toe en dan is er een goede voedingsbodem voor creatieve dingen die resulteren in kwaliteit.” Hij adviseert schoolbesturen op grond van hun verantwoordelijkheid tijdig besluiten te nemen op basis van de te handhaven onderwijskwaliteit, leerlingenaantallen en vierkante meters. “Durf die beslissing te nemen. Liefst samen, maar als er teveel strubbelingen zijn moet je doortastend optreden en zelf de beslissing nemen. Dat hebben we hier ook gedaan. Gemeenten zullen nu langzamerhand wel wakker worden, maar als puntje bij paaltje komt worden de besluiten aan deze tafel genomen en niet in de gemeenteraad.”

Zeeland heeft vooral te maken met een ernstig vertrekoverschot van 15 - 25-jarigen. Een ander probleem is dat de studenten andere studiekeuzes maken dan het bedrijfsleven graag zou willen en daardoor verloren gaan voor de regio. Opleidingen als het CIOS bijvoorbeeld hebben heel veel studenten, maar in de provincie is lang niet genoeg werkgelegenheid voor al die gymleraren in spé. Grote bedrijven als Dow Chemical zijn van mening dat als de kwaliteit van de opleidingen zou verbeteren er vanzelf meer studenten op af zouden komen. Desalniettemin moeten onderwijs en bedrijfsleven in Zeeland betere afspraken maken over de opleidingen die worden aangeboden.

Meer specialisatie in Zeeland

Adri de Buck, CvB-voorzitter van Hogeschool Zeeland, ziet mogelijkheden in het ontwikkelen van de sterke punten van Zeeland. “Zeeland heeft een aantal sterke punten met het thema water, zoals toerisme, wellness, maintainance en energie. Laten we die samen goed tot ontwikkeling brengen, daar hoogwaardige werkgelegenheid in creëren en zorgen dat er veel meer werk wordt gemaakt van de creatieve industrie. Die is ook bij jonge mensen enorm in trek. We moeten dus anders gaan nadenken over onze economische structuur.” De Hogeschool Zeeland wil in navolging van de Delta Academy, waarin de hogeschool wateropleidingen heeft gebundeld, meer unieke opleidingen aanbieden die studenten uit heel Nederland aantrekken. Dat een groot deel van die studenten na hun opleiding niet in Zeeland blijven is volgens Adri de Buck niet erg. “Dat jonge mensen hier een topopleiding krijgen en vervolgens uitzwermen over de wereld moeten we accepteren. Bedenk wel dat ze daarmee Nederland internationaal op de kaart zetten en in die zin heeft het dus een hele positieve uitstraling voor Zeeland.”

Andere kansen liggen er in Zeeland in samenwerking met de universiteit van Gent. Burgemeester Jaap Sala van Sluis weet dat er wel pogingen in die richting worden ondernomen, maar dat er veel bureaucratische belemmeringen zijn. Zeeland gaat de krimp aanpakken onder leiding van een onderwijsautoriteit. Ondanks veelvuldig overleg komen de partijen er op eigen kracht niet uit, omdat ze primair vanuit het belang van behoud en/of de ontwikkeling van de eigen instelling acteren.

Topteam Groningen

Het afgelopen jaar is de krimp in Groningen en Zeeland uitgebreid bestudeerd door deskundigen. In Groningen signaleert het Topteam Krimp er ernstige gevolgen voor vooral het primair onderwijs. Die hebben betrekking op de financiering, de kwaliteit van het onderwijs en de opbouw van het personeelsbestand. Binnen de bestaande onderwijsregelgeving worden de financieringssystematiek en de fusietoets als belemmerend ervaren. Het Topteam pleit voor een provinciale aanpak, waarbij samenwerking tussen krimpregio's, gebieden waarvoor stabiliteit is voorzien en groeikernen moet zorgen voor versterking van de economie. Er moet worden geïnvesteerd in mobiliteit en infrastructuur ter bevordering van de kwaliteit van het onderwijs (leerlingenvervoer) en de bereikbaarheid van zorg en welzijn. Topteam Krimp doet uitgebreide aanbevelingen aan het Rijk, de provincie en de lokale overheden over de te nemen maatregelen.

Nieuw beleid nodig

Het onderwijs hoopt dat de politiek zich snel realiseert dat bevolkingskrimp vraagt om een realistische, zakelijke en nuchtere benadering van de problematiek. Men is verbaasd dat de politiek, die maatregelen neemt om te stimuleren dat er nieuwe scholen komen en dat fusies worden bemoeilijkt. Een verkeerde maatregel nu in een groot deel van Nederland een aanzienlijke bevolkingsdaling aanstaande is!

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Spotlight

 

Check uw binnenklimaat

Ondanks jarenlange pogingen van overheid en de installatiebranche is het binnenmilieu in de onderwijsgebouwen nog steeds niet op orde. Uit de klachten van PO- en VO-raad valt op te maken dat het tijd is voor een onafhankelijk platform dat dit probleem van binnenuit aanpakt.

Schoolfacilities nr. 7

Partners