Bart Jan Westerhof, Scholengroep Over- en Midden-Betuwe “Dit is het tijdperk van de leiders, niet van de managers”

E-mailadres Afdrukken

In het groene hart tussen Arnhem en Nijmegen liggen de gebouwen van Scholengroep Over- en Midden-Betuwe. Bart Jan Westerhof is manager facilitaire zaken van deze onderwijsinstelling. Tijdens het interview blijkt al snel dat we aan tafel zitten met een bevlogen facilitair manager die zich laat inspireren door kansen. Westerhof: “Als facilitair manager moet je strijden voor wat je waard bent. Zorg ervoor dat je aan tafel zit en dat je mee mag meedenken met de beslissers.”

Scholengroep Over- en Midden-Betuwe is een onderwijsinstelling voor het voortgezet onderwijs met circa 4300 leerlingen. De scholengroep telt zes locaties waarvan twee in Bemmel, twee in Elst en één in Huissen en Zetten. Bij elkaar opgeteld hebben deze gebouwen een vloeroppervlakte van circa 45.000 vierkante meter.

Het facilitair management is volop in beweging. In een reeks van vijf interviews spreekt Michel van Buren, directeur BLMC, met facility managers, bestuursleden en directies uit het onderwijs. Samen gaan ze op zoek naar trends, ontwikkelingen, achtergronden en uitdagingen. Dit is het eerste interview.

De afdeling Facilitaire Zaken is onderdeel van het bestuursbureau biedt ondersteuning aan alle zes locaties. In hoofdlijnen is Facilitaire Zaken verantwoordelijk voor drie taken. De eerste is huisvesting, denk aan nieuwbouw, verbouw, inrichting en onderhoud van gebouwen. Daarnaast is het facilitaire team verantwoordelijk voor facilitaire diensten zoals schoonmaak, beveiliging en catering. De laatste taak betreft de centrale inkoop van les- en hulpmiddelen. Westerhof is in 2005 gestart bij Scholengroep Over- en Midden-Betuwe. “In die periode lag het accent vooral op huisvestingszaken, zoals nieuwbouw, renovatie en onderhoud van gebouwen.”

Hoe zou u uw werkveld willen omschrijven?

“Mijn werkveld is de werkomgeving van de leerkrachten en de leerlingen. Die werkomgeving telt verschillende elementen die het werk van de leerkrachten en het leerproces van de leerlingen ondersteunen. Als bijvoorbeeld de verwarming niet werkt, zit iedereen te rillen in de klas. Het spreekt voor zich dat dit een nadelige invloed heeft op het leerproces. Minder bekend is dat ook een slecht afgesteld verlichtingsniveau de prestaties van de leerlingen niet ten goede komt. Een ander voorbeeld is CO2. Als het CO2-gehalte in een lokaal te hoog is, valt iedereen na een kwartier in slaap. Als facilitair manager kun je de prestaties van de leerlingen dus op een positieve manier beïnvloeden.” “Typerend voor een facilitair manager is een dienstbaar en servicegericht leiderschap, maar hij moet daarbij wel een richting aangeven. Een leerkracht wil zoveel mogelijk geld steken in het onderwijs, de facilitair manager in het gebouw. Dat levert dilemma’s op, waarover je met elkaar moet praten. Met een open houding is het echter altijd mogelijk elkaar te vinden. Respect voor elkaar en een stukje verzoening is noodzakelijk.”

Is er voor de locaties sprake van verplichte afname?

“Vroeger wel. Toen was alles gecentraliseerd, maar dat is veranderd. De vijf aangesloten scholen moeten hun eigen broek ophouden. Dat betekent ook dat zij zelf mogen bepalen waar zij hun middelen inkopen en diensten afnemen. Met andere woorden: de scholen mogen buiten de facilitaire organisatie om zelf inkopen en afspraken maken met leveranciers. Dat zorgt voor een bepaald spanningsveld. Ik heb niet de macht om te zeggen dat scholen bij mij moeten inkopen, dat zou ook niet goed zijn. Maar ik kan wel door kennis en kunde een meerwaarde bieden. In de praktijk zie ik dat scholen ons weten te vinden en met ons in overleg gaan over de aanschaf van bepaalde dingen. Het is de taak van de facilitair manager om te kunnen aantonen dat het om meer gaat dan alleen die aanbieding bij de Makro. Denk aan wet- en regelgeving, kwaliteitsnormen, keurmerken en dergelijke die van grote invloed is op inkoopbeslissingen. De meerwaarde zit verder ook in de kennis van facilitaire processen en van de facilitaire markt. Het selecteren van leveranciers betekent zoeken naar de toegevoegde waarde. We hebben belangrijke besparingen voor de scholen gerealiseerd, niet door het uitknijpen van leveranciers maar door bewust voor kwaliteit te kiezen. Natuurlijk sta ik daarbij ook open voor leveranciers die de scholen mij aanbevelen, dat houdt mij scherp.”

Wat zijn de uitdagingen voor de toekomst?

“Vanaf 2017 zal het aantal leerlingen afnemen. In de strijd om de toekomstige leerlingen is de organisatie op dit moment bezig het onderwijs anders neer te zetten. Dit betekent we als scholengroep strategische keuzes moeten maken. We moet werken aan het verbeteren van de kwaliteit, het beperken van de uitgaven en het verder ontwikkelen van ICT-systemen. Daarnaast maken we huisvestingsberekeningen voor de toekomst. Wat zeker niet moet gebeuren, is besparen op essentiële zaken. Wat er is, moeten we behouden. Dat betekent dat het budget niet beperkt mag worden, want dat tast de kwaliteit aan. En dat is in strijd met de doelstelling om de kwaliteit te verbeteren.”

“Op het gebied van ICT gaan de ontwikkelingen ontzettend snel. Zes jaar geleden hadden we geen enkel digibord, nu zijn alle krijtborden verdwenen. En die ontwikkelingen gaan door. Een belangrijke vraag voor de toekomst is hoe de werkplek van de leerkracht eruit komt te zien. Wordt die werkplek nog meer interactief? En hoe ziet het lokaal van de toekomst eruit? Als er keuzes over investeringen gemaakt moeten worden, moet je als facility manager inzetten voor wat je waard bent. Zorg ervoor dat je aan tafel zit en dat je mee mag meedenken met de beslissers.”

Wij zien drie trends op het gebied van facilitair management in het onderwijs. Ten eerste de wens om meer grip op de exploitatie te krijgen, ten tweede het streven naar kwaliteitsverbetering en ten derde kostenbeheersing en zo mogelijk kostenreductie. Ziet u deze ontwikkelingen ook? Of heeft u andere ideeën?

“Deze trends zijn herkenbaar. Voor exploitatie is duurzaamheid belangrijk. Om een voorbeeld te noemen: we hebben ruim 10.000 vierkante meter dakoppervlak zonder één enkele zonnecollector. Waarom houden we ons daarmee niet mee bezig? Waarom stimuleert de overheid de onderwijsinstellingen daar niet in? In de plannen van minister Van Bijsterveldt staat niets over duurzaamheid en over huisvestingszaken. Dat is jammer. We kunnen de kwaliteit van scholen verhogen door in te zetten op duurzaamheid. Natuurlijk kost dat geld, maar zoek naar mogelijkheden en probeer het op de agenda te zetten.”

Je bent een facilitair manager met een visie en een mening. Komt dit in gesprekken met de directie ook aan de orde?

“Jawel, en daar is ook een goed voorbeeld van. We zitten in het beginstadium van een nieuwbouwproject in Elst. De gesprekken met de directie hebben ertoe geleid dat in het programma van eisen een hoofdstuk is opgenomen over duurzaamheid. Daarnaast komen in die gesprekken allerlei lopende zaken aan de orde die gaan over dat nieuwbouwproject. En natuurlijk praten we ook over reguliere zaken zoals het onderhoud en de facilitaire resultaten. Je kunt echt spreken van een klant- en opdrachtnemersrelatie.”

“Een facilitair manager is misschien niet de grote leider die de boel aanzwengelt. Natuurlijk niet, maar ik probeer wel kansen te benutten. Het zou mooi zijn als het in de debatten over onderwijs eens niet alleen gaat over de 1040-lesurennorm, maar ook over de ondersteunende processen. Die ondersteunende processen scheppen immers de randvoorwaarden voor goede leerprestaties”.

Waar staat het facilitair management over tien jaar?

“Het vakgebied zal dan nog steeds bestaan. Het is een jong vakgebied dat zich steeds verder ontwikkelt. Tegen facilitair managers zou ik willen zeggen: neem het initiatief, zowel richting het bestuur als richting de eigen interne organisatie. Zorg voor integratie. Invloed uitoefenen bij het bestuur en de directie begint bij jezelf door de woorden die je kiest en de houding die je aanneemt. Zorg voor een positieve uitstraling.”

10 stellingen

Elke geïnterviewde krijgt dezelfde tien stellingen voor- gelegd. Klik hier om het standpunt van Bart Jan Westerhof te bekijken.

“Verder zie ik voor de toekomst dat facilitair management en vastgoed management naar elkaar toegroeien. Facility estate management, vastgoed- en gebouwbeheer voor derden, wordt steeds interessanter. Samenwerking met andere diensten zoals P&O is wellicht een andere toekomstige ontwikkeling. Facilitair management is ook mensenwerk, en daarin is gemeenschappelijkheid te herkennen.”

“We zitten in een mooie tijd die veel kansen biedt. Dit is het tijdperk van de leiders en niet van de managers. Een manager zorgt voor meer efficiëntie, een leider kan voor echte veranderingen zorgen. De echte leiders moeten nu opstaan.”

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Spotlight

 

Check uw binnenklimaat

Ondanks jarenlange pogingen van overheid en de installatiebranche is het binnenmilieu in de onderwijsgebouwen nog steeds niet op orde. Uit de klachten van PO- en VO-raad valt op te maken dat het tijd is voor een onafhankelijk platform dat dit probleem van binnenuit aanpakt.

Schoolfacilities nr. 7

Partners