De afgelopen jaren is een flink aantal Nederlandse schoolgebouwen onder handen genomen. Het energiegebruik van deze panden is drastisch teruggebracht en het binnenklimaat verbeterd. Maar nog steeds zijn veel scholen sterk verouderd. Zij kunnen leren van succesvolle voorbeeldprojecten. Daarbij kunnen ze rekenen op ondersteuning van Agentschap NL. Tijdens twee speciale bijeenkomsten presenteerde Agentschap NL drie pilotprojecten die laten zien dat het verduurzamen van meerjaren onderhoud een Frisse School mogelijk maakt.
De isolatie en ventilatie van veel schoolgebouwen laat te wensen over. Het gevolg is een hoog energiegebruik en een slecht binnenklimaat. De energielasten drukken steeds zwaarder op het schoolbudget en de kwaliteit van het binnenklimaat voor docenten en leerlingen is niet optimaal. Steeds meer schoolbesturen en gemeenten erkennen dat er iets moet gebeuren. Verschillende scholen gingen hen al voor. Deze analyseerden hun gebouwen, inventariseerden wat er moest gebeuren om energie te besparen en een Frisse School te realiseren en investeerden met extra hulp van de rijksoverheid. Scholen die de stap nog moeten maken zien de financieringsmogelijkheden slinken en merken dat investeringsbudgetten onder druk staan. Hoe kunnen zij toch de energieprestaties en het binnenklimaat van hun schoolgebouwen verbeteren? Die vraag stond centraal tijdens de informatiebijeenkomsten Frisse Scholen: de Vervolgstappen op 26 oktober in De Rode Hoed in Amsterdam en op 9 november in Oranjerie Groot Warnsborn in Arnhem.
Geen budget voor renovatie
De bijeenkomsten in Amsterdam en Arnhem zijn onderdeel van het Frisse Scholen-programma van Agentschap NL. Dit programma stimuleert scholen minder energie te gebruiken en het binnenmilieu te verbeteren: isoleren én ventileren. “Voor een ingrijpende renovatie van verouderde schoolgebouwen om de energiezuinigheid en het binnenklimaat te verbeteren is meestal geen budget”, vertelt Bert Meijering van Agentschap NL in zijn openingswoord. “Een goed alternatief is het verduurzamen van het meerjaren onderhoudsplan. Door duurzaamheid mee te nemen in het onderhoudsplan kunnen schoolbesturen en gemeenten de kwaliteit, energieprestaties en binnenklimaat van schoolgebouwen verbeteren en borgen op lange termijn. Deze maatregel zorgt niet alleen voor een duurzaam pand en een betere leeromgeving; op termijn houden scholen er geld aan over.”
Duurzaamheid in onderhoudsplan
Schoolgebouwen gaan over het algemeen zo’n veertig tot vijftig jaar mee. Na verloop van tijd veroudert een gebouw. Wanneer een nieuwe school in gebruik wordt genomen, stellen schoolbestuur en gemeente daarom een meerjaren onderhoudsplan (MOP) op. “In zo’n plan staan de benodigde onderhoudsactiviteiten voor een langere periode en de benodigde budgetten”, legt Meijering uit. “Zo weten scholen en gemeenten precies wanneer ze moeten investeren in vervangingen en reparaties en kunnen ze ruim van te voren geld daarvoor reserveren. Bovendien kan de school de werkzaamheden zo plannen dat de onderhoudskosten minimaal zijn en het onderwijs er geen hinder van ondervindt.”
Het is goed mogelijk om duurzaamheid mee te nemen in een MOP, maar in de praktijk gebeurt dat vaak niet. Het onderhoudsplan en duurzaamheid zijn meestal strikt van elkaar gescheiden. Bij een traditioneel meerjaren onderhoudsplan ontbreken duurzaamheidsambities en activiteiten om de energiezuinigheid en het binnenklimaat te verbeteren. In een duurzaam meerjaren onderhoudsplan (DMOP) is wel ruimte voor deze aspecten en dat levert scholen en gemeenten tal van voordelen op.
Goede basis voor samenwerking
Regie op duurzaamheid met Frisse Scholen ToetsNieuwe scholen worden duurzaam gebouwd. Maar bij oplevering blijkt vaak dat de energiezuinigheid en het binnenmilieu niet aan de verwachtingen voldoen. Met behulp van de Frisse Scholen Toets van Agentschap NL houdt u de regie op energiezuinigheid en goed binnenmilieu. Van ontwerp tot oplevering. Meer weten of zelf aan de slag met de Frisse Scholen Toets? Alle informatie en de tool vindt u op www.frissescholen.nl. |
Scholen die een DMOP opstellen, volgen niet het standaard onderhoudsplan, maar maken per gebouwelement en installatie een bredere, duurzamere afweging. Daarbij kijkt de school niet alleen naar investerings- en onderhoudskosten, maar ook naar de exploitatiekosten op lange termijn. Zo komen alternatieve technieken en producten in beeld die anders buiten beschouwing zouden blijven. Tijdens de Frisse Scholen-bijeenkomsten in Amsterdam en Arnhem zette Agentschap NL de voordelen van een DMOP uiteen. Meijering: “Zo is het gunstig voor de scholen, omdat ze meestal lang gebruikmaken van hetzelfde gebouw. Hierdoor kunnen ze zelfs bij lange terugverdientijden financieel voordeel halen binnen de exploitatieperiode. Bovendien is een DMOP een goede basis voor de samenwerking tussen schoolbestuur en gemeente. Aan de hand van het onderhoudsplan kunnen ze de verantwoordelijkheden vastleggen en goede afspraken maken over de verdeling van baten en lasten van duurzame maatregelen.”
Verschillende trajecten doorlopen
In de praktijk hebben nog waar weinig scholen ervaring met een de overstap naar een DMOP. Om handvatten hiervoor te ontwikkelen nam Agentschap NL het initiatief om drie pilotprojecten uit te laten voeren. Drie verschillende adviesbureaus namen elk een pilot voor hun rekening. Rens Bouw van Bouw Totaal onderhoud, Jan Derksen van Asset Facility Management en Marcus Boesenach van Arcadis deelden hun ervaringen tijdens de bijeenkomsten in Amsterdam en Arnhem. Alle drie bespraken ze met de betreffende gemeente en school van de pilot de mogelijkheden voor verduurzamen van het meerjaren onderhoud. Maar de trajecten die ze daarvoor doorliepen van uitgangssituatie, naar besluitvorming en implementatie waren verschillend. Zo bleek tijdens de inventarisatie dat slechts bij één pilot zowel de school als gemeente over een MOP beschikte. En bij een andere pilot waren er zelfs geen exacte gegevens over onderhoudsbudgetten die de gemeente had gereserveerd.
Rendabele en uitvoerbare scenario’s
|
Bouwen aan Frisse Scholen Agentschap NL voert in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijks- relaties het Frisse Scholenproject uit. Het Frisse Scholenproject heeft tot doel om scholen te stimuleren minder energie te verbruiken en het binnenmilieu te verbeteren: isoleren én ventileren. Met informatie en instrumenten ondersteunt het programma schoolbesturen, schooldirecties en gemeentelijk adviseurs onderwijs(huisvesting) in de aanpak van het energiegebruik en het binnenmilieu van scholen. Er zijn actuele cijfers, feiten en onderzoeken beschikbaar over energiegebruik, gezondheid en schoolprestaties. Zie www.frissescholen.nl |
De drie adviesbureaus inventariseerden de actuele situatie bij de scholen en formuleerden een ambitieniveau als dat er nog niet was. Vervolgens gaven de bureaus een overzicht van maatregelen die nodig waren en verwerkten die in verschillende scenario’s. “Daarbij gaven we de benodigde maatregelen aan en rekenden we elk scenario door”, legt Rens Bouw uit tijdens de bijeenkomsten. “Daarbij hielden we rekening met onder meer subsidies en stijgende energieprijzen.” De betrokken scholen en gemeenten konden zien welke investeringen hun pand nodig heeft en welke terugverdientijd daarvoor staat. Het voorkeursscenario verwerkten de bureaus tot slot in een DMOP. De drie pilots laten stuk voor stuk de meerwaarde van een DMOP zien. “Het is voor scholen en gemeenten een goed middel om gezamenlijke duurzaamheidsambities te achterhalen en vast te leggen in concrete afspraken”, stelt een Marcus Boesenach. “Bovendien blijkt het idee dat een Frisse School onhaalbaar is meestal ongegrond. Uit de berekeningen blijkt dat zelfs uitgebreide scenario’s vaak rendabel en uitvoerbaar zijn.” Een architect in de zaal wijst op NESK-voorbeeldproject Het Klaverblad in Amsterdam, waar kostenneutraal klasse B is toegepast voor een energieneutrale school.
Verdienen aan duurzaam onderhoud
In alle pilots kunnen scholen en gemeenten substantiële verbeteringen binnen 10 tot 20 jaar terugverdienen en er bovendien aan verdienen. Ondanks de grote voordelen blijkt het nog heel lastig om meerjaren onderhoudsplannen te verduurzamen. Rens Bouw concludeert: “Krappe budgetten en ad hoc-beleid leiden meestal tot uitstel van duurzame onderhoudsmaatregelen. En dat terwijl de maatschappelijke druk en eisen op het gebied van duurzame schoolgebouwen komende jaren alleen maar toenemen.” Gemeenten en scholen moeten hun onderhoud daarom structureel plannen, natuurlijke onderhoudsmomenten optimaal benutten om duurzame maatregelen te nemen en durven investeren. “Bovendien is een duurzaam onderhoudsplan een goede oplossing voor de split incentive; beide partijen halen er voordeel uit”, stelt een van de adviesbureaus in zijn presentatie. “Meijering vult aan: “er bestaan zelfs goede voorbeeldenprojecten waarbij de gemeente een stap opzij zet en het schoolbestuur over het volledige onderhoudsbudget kan beschikken en beslist over de investeringen.” De pilots laten zien dat een DMOP binnen handbereik ligt. Zeker als een school voldoende technische kennis en onderhoudsexpertise in huis heeft of haalt is een DMOP haalbaar. Samen met de gemeente of desnoods zelfstandig. Een slimme investering, want schoolprestaties worden beter en op termijn kunnen scholen zelfs verdienen aan duurzaam onderhoud.





























































