In het Sint Pietersinstituut in Turnhout worden de toegang tot de school en de aanwezigheidscontrole met de hand door het personeel gedaan. Hoewel het instituut groot genoeg is voor een schoolpas, is nooit serieus overwogen om een dergelijk systeem voor beveiliging en registratie in te voeren. Dan gaat het contact met de leerlingen verloren. Directeur Koen Wils: “Nu spreken we die leerlingen regelmatig aan en hebben contact met hen. Wij zijn als school er om menselijke contacten op te bouwen en te onderhouden. Het gaat er om samen te werken en samen te leren, dus uiteindelijk om samen te leven. Die controle bij de poort heeft dus ook een andere functie.”
Het Sint Pietersinstituut in Turnhout is een complex met een totale oppervlakte van twee hectare, inclusief tuin, sportcomplex en speelplaatsen. Er zijn een kleuterschool (2,5 – 6 jaar), een basisschool (6 – 12 jaar) en een school voor algemeen secundair onderwijs (12 -18 jaar) gevestigd, waar de leerlingen worden voorbereid op universitair of hoger onderwijs. In totaal heeft de school 1.500 leerlingen.
Het fraaie hoofdgebouw, waar het voortgezet onderwijs wordt gegeven, stamt uit 1960. In de loop der jaren zijn een sporthal, basisschool en een kleuterschool bijgebouwd. Het facility management voor het hele complex wordt in eigen beheer gedaan, onder leiding van directeur Koen Wils. “Wij zijn een bisschoppelijke school, wij hangen af van de bisschop van Antwerpen, en het schoolbestuur neemt een deel van het administratieve werk voor zijn rekening. Maar de logistiek, dus het onderhoud van de gebouwen, zoals reparaties, renovaties en nieuwbouw, en de boekhouding en de kopieerdienst doen we in eigen beheer.”
Nieuwbouw
Er zijn plannen om in de loop van dit jaar te beginnen met de bouw van een nieuwe kleuterschool met bijbehorende sporthal. Het St. Pietersinstituut kan daarbij aanspraak maken op subsidies, maar moet ook een deel van de nieuwbouw zelf bekostigen. In Vlaanderen worden nieuwbouw en renovaties van basisscholen voor 70 procent van de kostprijs gesubsidieerd en van scholen voor secundair onderwijs voor 60 procent. Om de resterende bedragen te kunnen betalen houden schoolbesturen in Vlaanderen 20 procent van hun financiële middelen vrij voor grote verbouwingen. Uit de resterende 80 procent worden het onderwijs en de exploitatie van de gebouwen bekostigd. “Wij zitten in Vlaanderen met veel oude gebouwen die gerenoveerd moeten worden of waar nieuwbouw nodig is. De situatie is volgens mij slechter dan in Nederland. In die zin hebben wij die 20 procent wel nodig.”
Binnenklimaat
Net als in Nederland is in Vlaanderen het binnenklimaat de laatste jaren steeds meer onder de aandacht gekomen. In eerste instantie concentreerde die aandacht zich onder invloed van stijgende energieprijzen vooral op besparende maatregelen door middel van dubbele beglazing en geïsoleerde raamprofielen. Tegenwoordig worden er ook eisen gesteld aan ventilatie en warmteterugwinning. “Wij hebben in het gebouw van 1960 een project lopen om het glas in de ramen en deuren te vervangen door dubbele beglazing, thermisch geïsoleerd. Tegelijk zijn we verplicht om ventilatie in dat verhaal mee te nemen. Dat kan niet met roosters in de ramen, want dan trek je koude lucht naar binnen. Dus we moeten naar een systeem van ventilatiekanalen en warmterecuperatie. We hebben dat voorlopig opgesplitst in twee fasen: nu doen we de ramen en deuren en later volgt de ventilatie, want dat is nog niet verplicht in bestaande gebouwen.”
Strakke organisatie
De leerlingen hebben in het St. Pietersinstituut voldoende mogelijkheden om iets te drinken. Op de speelplaatsen zijn fonteintjes en elk lokaal is voorzien van een kraantje. Daar mogen ze tijdens de leswisselingen gebruik van maken. Warme maaltijden zijn niet verkrijgbaar. Leerlingen nemen hun brood mee van huis en kunnen op school koffie, melk of warm water (voor thee of soep) krijgen. Wie iets anders wil kan in een winkeltje in de school een kleinigheid kopen. “Een wafel, een appel, fruitsap, bruiswater, plat water of chocomel. We houden dat aanbod bewust heel beperkt en hebben ook geen automaten voor cola of zo. Daarvoor zijn twee redenen. Ten eerste om een gezond aanbod te doen en ten tweede om de leerlingen verantwoordelijkheid bij te brengen. In de zin van ‘als jij iets anders wil dan we op school hebben moet je het ‘s ochtends van huis meenemen’. Zodat ze leren vooruit denken en plannen. Dat hoort ook bij het ouder worden.”
![]() |
De oude fietsenstalling is echt iets voor de 'sterke mannen', want het kost best veel kracht om de fietsen er in te hangen. |
De leerlingen mogen tijdens schooltijd het terrein niet verlaten, tenzij de ouders graag willen dat ze tijdens de middagpauze thuis komen eten. Vooral de oudere leerlingen vinden dat nogal kinderachtig, maar de ouders zijn er blij mee. “Ouders weten waar hun kinderen uithangen, ze weten dat ze geen geld kunnen uitgeven. En ook voor ons is het prettig. De leerlingen hoeven er niet voor te zorgen dat ze op tijd terug zijn, ze gaan niet naar de snackbar, we hebben geen last van dronken leerlingen.”
Beveiliging en aanwezigheidsregistratie
Het toezicht op de toegang tot de schoolgebouwen en de aanwezigheidsregistratie worden gedaan door de leerkrachten en het ondersteunend personeel. Dat werkt naar volle tevredenheid, want er is goed zicht op wie er de gebouwen binnen lopen en er wordt nagenoeg niet gespijbeld. Zodra een leerling afwezig is worden de ouders gebeld. “Leerlingen weten dat we kort op de bal spelen en zijn dus wel voorzichtig.” Koen Wils heeft nooit serieus overwogen om te gaan werken met een schoolpas voor de beveiliging en registratie. “Nu spreken we die leerlingen regelmatig aan en hebben contact met hen. Die controle bij de poort heeft dus ook een andere functie. Als je alles elektronisch organiseert wordt het een kennisfabriekje en is het niet leuk meer om te leren.”
Nieuwe fietsenstalling
In Nederland is men op het gebied van facility management verder dan in Vlaanderen. Koen Wils merkt dat aan het aantal bedrijven dat zich op het onderwijs richt, zoals toen hij op zoek ging naar nieuwe fietsenstallingen. “In Nederland is meer concurrentie en daarmee wordt de prijssetting voor scholen een stuk interessanter. Wij hebben gekozen voor het stallingsysteem van Bike-Safe. Een dergelijk systeem is hier ook wel te koop, maar de concurrentie in Vlaanderen is heel beperkt en dus zijn de prijzen een stukje hoger.”
Hij is lovend over de nieuwe stallingen van Bike-Safe, maar merkt dat het wel nodig is om het gebruik te bewaken. “Leerlingen hebben de neiging om het zichzelf gemakkelijk te maken en een vrije plaats te gebruiken. Dat is vergelijkbaar met als je de auto een parkeerplaats oprijdt. Dan ga je ook niet tussen twee auto’s in staan als vijf meter verder een zee van ruimte is. Het is voor de mensen van ons ondersteunend personeel een uitdaging om te bewaken dat de leerlingen er fiets na fiets inzetten totdat het hele zaakje vol staat.”
Geen zwerfvuil
De fietsenstalling wordt gefaseerd vervangen. Voorlopig is er alleen ruimte voor de leerlingen uit het eerste jaar. Zij hebben vooraf instructie gekregen over het gebruik. “Het is niet moeilijk om de fietsen er in te hangen, maar ze moeten wel met beleid de fietsen in de drager plaatsen en eruit halen, om te voorkomen dat er kabels blijven haken.” Verder bevalt de stalling uitstekend. “Voor ons was belangrijk in het gebruik dat als de fietsen weg zijn de stallingen gemakkelijk te poetsen zijn. Want als het waait heb je weleens bladeren of zwerfvuil. Bij die rekken blijft het ertussen liggen en hier kun je het gemakkelijk opvegen. Daar zijn ook de leerlingen blij mee, want elke week heeft een andere klas schoonmaakdienst. De leerlingen uit die klas zijn er die week verantwoordelijk voor dat de speelplaatsen en de fietsenstallingen er netjes uit zien."
Bekijk hier de bedrijfspresentatie van Bike-Safe 






























































