In delen van Nederland daalt het leerlingenaantal al jaren. Dat raakt het aanbod van onderwijs, de onderwijshuisvesting en de onderwijsorganisatie. Ook Stichting Carmelcollege, met zo’n vijftig VO-locaties in heel Nederland, merkt de gevolgen. Vooral in het oosten van het land.
Hoe houd je bij krimp goed onderwijs overeind? Volgens bestuurder Jan Kees Meindersma en adviseur huisvesting Linda van Benthem draait het om twee dingen: regionaal blijven denken en slim organiseren. “Wij zijn geografisch verspreid, maar regionaal verankerd”, zegt Jan Kees.
Vijfjarenplan voor krimp
De leerlingendaling is op sommige plekken fors. “We komen van 36 à 37.000 leerlingen naar 31.000 nu”, zegt Jan Kees. “Op sommige schoollocaties rekent Carmel de komende tien jaar zelfs met een daling van ruim 10 procent”, voegt Linda toe. “Het sluipt er in de loop der jaren heel langzaam in dat zo’n school uiteindelijk nog maar voor 50 procent gevuld is.”
Linda: “We zijn de afgelopen jaren druk bezig geweest om te kijken waar we gebouwen kunnen afstoten en verplaatsen, zodat de lokalen weer goed bezet zijn. Daarvoor hebben we samen met de scholen een vijfjarenplan opgesteld, dat we grotendeels al hebben uitgevoerd. Afgelopen jaren hebben we zo’n 30.000 vierkante meter afgestoten. En er komt nog meer aan, want de krimp is nog niet voorbij.”
Klein houden waar het kan
Carmel kijkt per plek wat logisch is bij het afstoten van locaties: sluiten, samenvoegen, verplaatsen of openhouden. In dorpen weegt bereikbaarheid zwaar mee. Onder de locaties van Carmel zitten ook enkele kleine VO-scholen van zo’n driehonderd leerlingen. Jan Kees: “Wij zien als geen ander wat het betekent als je een school in een dorp sluit.”
“We proberen altijd rekening te houden met afstanden die leerlingen moeten afleggen om op school te komen. In Denekamp hebben we bijvoorbeeld een kleine school die best wel geïsoleerd ligt. Als we die school zouden sluiten, dan moeten leerlingen ver fietsen om bij een andere school te komen.”
Ook goed met minder keuze
Jan Kees: “We zien dat je wel degelijk, ook in het VO, een kleine school kunt openhouden. Recent hebben we zelfs nog een aantal kleine scholen toegevoegd, met klassen van gemiddeld achttien leerlingen. Deze scholen trekken ook leerlingen van verder weg aan, juist omdat ze hen persoonlijk benaderen. Ze hebben ook veel niet, waardoor we het toch efficiënt kunnen regelen. Zo is het onderwijsaanbod bij deze scholen – het aantal profielen en bijzondere vakken – beperkt. Dat maakt het soms wel dubbel. Enerzijds is de kleinschaligheid fijn, maar anderzijds vinden de leerlingen het soms ook weer jammer dat ze op school bijvoorbeeld geen Spaans of Chinees kunnen volgen.”
Slimmer organiseren
Om de variatie met kleine en grotere scholen in stand te houden, organiseert Carmel de bedrijfsvoeringstaken niet langer per locatie, maar centraal. Jan Kees: “We willen zoveel mogelijk geld beschikbaar houden voor het onderwijs. Dan moet je iets doen in de bedrijfsvoering. Daarom regelen wij facilitaire zaken, HR, financiën, ICT en huisvesting op clusterniveau. Als er vroeger een conciërge uitviel, werd dat binnen de school opgelost. Nu hebben we een facilitaire dienst met conciërges en ondersteunend personeel. Zij werken over het algemeen op één vaste plek, maar kunnen ook op andere locaties worden ingezet.”
Carmel wil wel dat het schoolpersoneel zich dichtbij ondersteund voelt. Daarom werkt de organisatie met servicepunten, zowel digitaal als fysiek, waar iedereen met vragen terecht kan. Jan Kees: “Bepaalde zaken moet je juist wél lokaal behandelen. Het gesprek over formatie en geld bijvoorbeeld. Keuzes daarin liggen bij de betreffende school en locatiedirecteur; zij kennen de situatie. Als bestuur ondersteunen wij daarbij.”
Volgens inclusieve normen
Naast krimp is ook het streven naar inclusie voor Carmel een grote opgave. Jan Kees: “Dat gaat niet alleen over de benodigde ondersteuning voor de leerling, maar ook over ontmoeting. Als je zegt: ieder mens, heel de mens, alle mensen, dan wil je eigenlijk geen leerling buitensluiten. Voor ons gaat inclusie er onder andere om dat we de leerlingen die misschien naar het voortgezet speciaal onderwijs zouden gaan een plek kunnen geven binnen onze school.”
Carmel werkt al jaren op een aantal scholen actief volgens inclusieve normen. “We hebben een langlopende samenwerking met Kentalis, cluster twee, in Oss. We gaan samen met gemeente Deventer en De Onderwijsspecialisten een nieuw schoolgebouw neerzetten voor het praktijkonderwijs en VSO in één gebouw”, vertelt Jan Kees.
Ontmoeting centraal
Volgens Jan Kees is socialisatie een belangrijk element binnen het onderwijs. “In het VO worden vakinhoud en het klaarstomen voor examens al snel belangrijker. Daarvan zeggen wij: je moet in het VO ook werken aan zingeving en socialisatie. We proberen stappen te zetten om leerlingen elkaar te laten ontmoeten, bijvoorbeeld door middel van een brede brugklas of door samen te sporten of pauze te houden. Het doel is dat leerlingen elkaar blijven tegenkomen, ook als ze verschillend leren of verschillende ondersteuning nodig hebben.”
Iedereen een plek
Jan Kees: “Wij zijn een open school, voor elke achtergrond en religie. Tegelijkertijd hebben we nog stappen te zetten als het gaat om het bieden van ruimte aan leerlingen met verschillende levensbeschouwelijke overtuigingen. Ik vind het onze plicht om alle leerlingen het gevoel te geven dat ze bij ons thuishoren. Dat kun je laten zien in je gebouw en ook in het onderwijs. We kijken nu bij sommige scholen of we een stilteruimte kunnen creëren, waar leerlingen zich kunnen terugtrekken en bezinnen, ongeacht hun geloof of behoefte.”
Samen voor de regio
In regio’s met krimp ziet Jan Kees dat de concurrentie om leerlingen toeneemt, maar bij Carmel zit het wel goed. “Doordat wij een groot schoolbestuur zijn, kunnen we veel zaken gezamenlijk organiseren, en daar ben ik trots op”, zegt hij. “Er is nauwelijks concurrentie tussen onze scholen. We richten ons vooral op wat we kunnen neerzetten en hoe we dat verder ontwikkelen, passend bij de vraag uit de regio en onze ambitie om diverse vormen van onderwijs aan te bieden.”
Linda ziet het brede aanbod ook als onderscheidende kwaliteit van het Carmelcollege. “Bij ons is er altijd wel iets wat past.” Ook in tijden van krimp houdt Carmel onderwijs bereikbaar in de regio.
Meer informatie
Artikel: Slimme keuzes in tijden van krimp (Schoolfacilities, juni 2026)
- Login om te reageren

